Interculturele samenwerking vereist een gedifferentieerd begrip van linguïstische en culturele communicatiepatronen. In een Duits-Nederlands team worden vrij snel significante verschillen duidelijk in de linguïstische formulering van werkinstructies en in de omgang met hiërarchie.
Terwijl directheid en efficiëntie in de Duitse werkcontext vaak worden overgebracht door taalkundige helderheid, wordt in Nederland de voorkeur gegeven aan een coöperatieve en op consensus gerichte communicatiestijl. Werkopdrachten worden daar meestal uitgedrukt als beleefd geformuleerde verzoeken, bijvoorbeeld in zinnen als: “Zou je dit misschien kunnen doen?”. Deze indirecte uitdrukkingsvorm dient om sociale gelijkheid te behouden en is bedoeld om confrontaties te vermijden.
Een ander relevant verschil betreft het gebruik van de term “moeten”. Het Nederlandse “moeten” wordt vaak gezien als autoritair en roept weerstand op bij veel werknemers. In plaats daarvan worden formuleringen gebruikt die vrijwilligheid en persoonlijke verantwoordelijkheid benadrukken. Terwijl is het Duitse “müssen” heel gebruikelijk en houdt geen echte dwang in.
De relatie tussen “Du” en “Sie” verschilt ook aanzienlijk: in Nederland is ‘Du’ (of “je/jij”) de standaard aanspreekvorm – zelfs in een professionele omgeving en tussen hiërarchische niveaus. Het weerspiegelt een platte organisatiestructuur en een cultuur van gelijkheid. In de Duitse context daarentegen duidt Sie op professionaliteit en respect voor autoriteiten of formele rollen.
Als er niet over nagedacht wordt, kunnen deze verschillen leiden tot misverstanden in het dagelijks werk. Een bewuste bestudering van de respectieve communicatieculturen en een transparante en dialooggerichte managementstrategie zijn belangrijke voorwaarden voor een succesvolle interculturele samenwerking.
Wij ondersteunen u graag bij dit streven:
Heike Hartmann
optImagine GmbH
Heike.Hartmann@optimagine.de
+49 17643110897